Frikandellen
De maagkrampen maakten me wakker en de zon die door het raam naar binnen scheen en dwars door de gordijnen heen alle zuurstof liet verdampen. De krampen komen steeds vaker voor. Net als de duizeligheid. Daarom ging ze elke middag even slapen zodat ze daarna nog even door kon. Misschien moest ze van kamer veranderen. Meestal kostte het te veel tijd om wakker te worden, maar dit keer was ze in een klap wakker en haar lijf schreeuwde om vlees. En niet eens naar een doorgegrild kipsateetje of zo, maar naar gore vet gefrituurde frikandellen. Ze gruwde ervan, maar wist direct dat ze dit gevecht te zwak inging. De vijand was sterker.
Alles was smerig aan een frikandel, zelfs van een kroket kon je nog iets moois maken als je je best deed. Het contrast tussen de knapperige korst en de zachte vulling. Je kon de smurrie aan de binnenkant kalfsragout noemen. Of hem vullen met iets chiquers, de kroket is moeilijk om te maken, een culinair hoogstandje dat niet zo maar door de eerste de beste in elkaar geflanst kon worden. Je kon jezelf vertellen dat het een in traditie gewortelde delicatesse was, die alleen enigszins aan lager wal was geraakt. Een frikandel daarentegen zou nooit meer worden dan het was, geen dubbeltje, geen kwartje. Een hele zooi varkens, koeien, paarden, wat voor vleselijk afval ze maar konden vinden werd bij elkaar geflikkerd in een soort groteske betonmolen. Anussen, ogen, oren, alles waar een beschaafd mens van ging kokhalzen bij de gedachte alleen al. Al draaiend fijngemalen en samengeperst tot een slurf door een gat als een kont. En toch moest dat het zijn.
Ze werd wakker en een frikandel leek het allerlekkerst op de hele wereld. En de duivel was sterk in haar hoofd en vertelde haar dat haar lichaam het nodig had. Vandaag mocht het van God. Ze moest aansterken en ze had het nodig. Hoe lang had ze la geen vlees gegeten? Misschien was ze een enkele keer vergeten, want de laatste keer die ze zich herinnerde waren beide kinderen nog thuis. Toen maakte ze courgettes gevuld met gehakt en bakte karbonaadjes die ze aten bij rijst en bonen. Zolang kan het toch niet geweest zijn. Het deel van haar hersens dat normaal de controle uitvoerde gaf zich gewonnen.
Ze kleedde zich aan. Pakt de huishoudportemonnee uit de keukenla en een boodschappentas uit de meterkast naast de voordeur. De deur sloeg achter haar in het slot. Het licht scheen fel in haar ogen en even kwamen de zwarte vlekken voor haar ogen en een paar schitterende sterretjes, roze en paars. Ze zocht houvast bij de deurklink en de donkere wolk in haar hoofd trok weer weg. Ga terug, zei een stem, je kan nog terug. Nu. Draai je om, ga naar binnen, drink een glas water, neem een opkikkertje, dan heb je geen honger meer. Maar ze keerde niet om en voor ze het wist stond ze voor de vriezers van de Albert Heijn. Dat weer, waarom waren er vijf verschillende merken frikandellen. Ze wilde er eigenlijk zo min mogelijk geld aan uitgeven, maar de europshopper gaf haar toch het gevoel dat dat nog ongezonder was dan de rest. Dat daar niet eens afvalvlees inzat, maar verpulverde verhuisdozen met chemische vlees smaak. Ze koos voor Beckers. Die waren goedkoper dan Mora en ze het idee dat dat merk al wat langer bestond wat de schijn van ambachtelijkheid opwekte, terwijl het extra geld bij Mora waarschijnlijk voornamelijk naar de reclame ging en niet naar kwaliteit van het product.
Er keek niemand. Een paar tieners kochten energiedrankjes en zakken chips en letten niet op haar. Ze schaamde zich voor de cassiere en keek haar niet aan tijdens het afrekenen. Zwetend stond ze achter de tieners en vroeg zich af of ze nog terug kon. Terug langs de koffie en de thee en de koekjes, misschien moest ze gezonde verse groentes erbij kopen dan vielen die ordinaire frikandellen minder op. De tieners rekenden ieder apart af en het duurde voor even. Het draaide en zweet stond in de palmen van haar hand, maakte het koude karton ruw en zacht. Ze neigde ernaar te melden dat ze een boodschap deed voor iemand anders.
De cassiere keek natuurlijk niet op of om. Die zag wel ergere dingen voorbij komen (waren er ergere dingen dan frikandellen?) Voor haar waren frikandellen de gewoonste zaak van de wereld. Zij zou geen oordeel vellen, en toch veranderde ze in een extra stem in haar hoofd. Snel liep ze de winkel uit. Ze woonde vlak naast de Albert Heijn, 150 meter lopen tot de voordeur. Gelukkig kwam ze niemand tegen. Alsof er iemand in de buurt woonden die geen frikandellen vrat. Haar handpalmen droogde weer op. De stemmen werden stil en was alleen nog een harde ruis en een aanhoudende hoge piep die van achter boven haar rechter oor leek te komen. Ze bakte de frikandellen in een koekenpan. Ze had wel een frituurpan maar die stond in de schuur en de schuur stond tot het plafond vol met dozen, en spullen die weg moesten of waarvoor ze nog niemand had gevonden die het goed kon gebruiken. Ze had de hele doos in de pan geleegd omdat de vriezer zo vol zat dat er niets meer bij kon. Ze bakte door totdat ze nog net niet aangebrand waren omdat ze toch bang was er iets van op te lopen. Als ik maar lang genoeg bak zijn hopelijk alle bacteriën die erin zitten dood. Het kostte moeite zo lang te wachten. Nog even, fluisterde ze steeds tegen zichzelf.
Toen ze klaar waren nam ze voorzichtig een hap. Warme sappige hartige perfectie van gefrituurde vlees opende de deur voor een lawine van honger die minstens tien jaar opgesloten was geweest en ze stouwde frikandel na frikandel in haar mond met grote klodders mayonaise. Haar honger was als een leeuw die al die jaren in een kooi was vastgehouden op water en brood en nu hij losgeslagen was alles verslond wat hij in zijn klauwen kon krijgen. Genot en walging schreeuwden beide even hard om aandacht. Er viel niets meer te winnen en frikandel na frikandel werd vermalen door haar kiezen en verslonden door haar keelgat. Ze nam meer mayonaise en wilde opeens ook ketchup, of had ze nog ergens een fles curry? En toen was alles op. Alle acht frikandellen waren in haar verdwenen. Ze zag de pan, de kartonnen Beckers doos en het bord met de mayo en curryvegen en schrok.
De hongerige leeuw was weg en de realiteit van de acht frikandellen drong in volle helderheid tot haar door. De dag was ten einde. Deze grandioze vergissing was niet iets waar ze mee om kon gaan. Het moest ongedaan gemaakt worden. Ze kon er niet naar kijken, ze kon haar volle buik niet voelen. Haar vingers jeuken om het vlees van haar buik te rukken. Haar buik voelde grotesk vet met rimpels en striae en schaamhaar. Het moest allemaal weg. Dit kon niet gebeurd zijn, De stank drong tot haar door. Het was niet te harden.
Ze zette het keukenraam open en hees haar zware lijf de trap op naar boven. Ze gaf het gewicht en de kankerverwekkende calorieën de schuld van dat ze haar lichaam amper van tree naar tree kon hijsen en was blij toe ze languit op bed lag. Ze rekende uit hoelang het zou duren voor de avond verkoeling zou brengen en probeerde ergens anders aan te denken. Maar de inhoud van haar buik bleef bewegen, krioelen, gas uitstoten alsof al die er in verwerkte kadavers weer tot leven waren gekomen. Haar darmen waren in paniek. Terwijl ze liggend op bed probeerde rustig te worden en koelte te vinden kwam de eerste golf misselijkheid. Ze hapte naar adem, maar er was geen lucht. De golven werden erger en kwamen hoger tot ze net op tijd de wc in de badkamer haalde en bijna stikte in de liters frikandellendrap die door haar keel naar buiten spoot. Bruine spetters zaten op de rand van de wc pot. Ze rook de lucht van curry en oude pis. Ondanks dat er nog drie emmers met spoelwater uit de wasmachine stonden die ze had kunnen gebruiken om de wc door te spoelen hees ze zich omhoog en drukte op de knop. Daar gaat zes liter schoon water, dacht ze nog. Enkele spatjes verkoelden haar gezicht.